Wat is taijiquan?

Allereerst, om verwarring te vermijden: taijiquan wordt op verschillende manieren geschreven naargelang het gebruikte transcriptiesysteem voor de Chinese karakters of ideogrammen. De meest voorkomende schrijfwijzen zijn: tai chi chuan, t'ai chi ch'uan, t'ai chi ch'üan.

Het is een eeuwenoude Chinese methode die verschillende dingen beoogt: zelfverdediging, ontspanning van geest en lichaam, een lang en gezond leven, en spiritualiteit.

Niemand weet wanneer taijiquan juist ontstaan is. Het is met zekerheid terug te voeren tot het begin van de 17e eeuw, maar bestaat mogelijk al veel langer.

De "quan" in taijiquan betekent "vuist", wat in het Chinees staat voor "het vechten" of "de gevechtskunst".
De "taiji" in taijiquan is een filosofisch principe dat te maken heeft met Yin en Yang en zijn oorsprong vindt in de Yi Jing (het Boek der Veranderingen, ook I Ching of I Tjing geschreven) en het taoïsme. Vrij vertaald betekent "taiji" het "ultieme uiterste". Het is de kracht die het "wuji" (het niets, de leegte of de neutraliteit) verdeelt in Yin en Yang, m.a.w. een scheppende, creërende kracht. Volgens mijn leraar is het onze geest, waarmee we vanuit het niets al onze gedachten en acties en dus onze hele wereld creëren. Het benadrukt het belang van onze geest bij het beoefenen van taijiquan.

Taijiquan kan tot op zeer hoge leeftijd beoefend worden. Taijiquan Class 2Lenigheid of conditie zijn absoluut niet nodig. Je leert op een losse, ontspannen, harmonieuze manier bewegen, maar het is daarom geen passieve vorm van relaxatie: het leerproces vergt heel wat inspanning en geduld.

Taijiquan bestaat uit een reeks trage, vloeiende, ontspannen bewegingen die we de vorm noemen. Die gaat men met de jaren steeds trager uitvoeren, waardoor ook de ademhaling vertraagt want de ademhalingen liggen vast per beweging. Hierdoor komt men in een toestand van diepe relaxatie en meditatie. Hoe meer we ontspannen, hoe meer onze interne energie (qi of chi) vrij kan circuleren in ons lichaam. Stagnatie en het blokkeren van energie worden veroorzaakt door spanningen in het lichaam. Kan men die spanningen opheffen, dan kan de energie weer vrij stromen, vermijdt men ziektes, kweekt men een sterke gezondheid aan en remt men het ouder worden af. Taijiquan verbetert ook aanzienlijk het evenwichtsgevoel, wat natuurlijk belangrijk is voor iedereen, maar in het bijzonder voor wie ouder is; het wordt daarom vaak gebruikt als valpreventie bij ouderen. Taijiquan beoefenen kan ook helpen bij het vinden van niet alleen een beter fysiek, maar ook mentaal en emotioneel evenwicht en er zo voor zorgen dat we rustiger, meer ontspannen en steviger in het leven staan.

In onze school wordt er onmiddellijk aandacht besteed aan het martiale aspect van taijiquan, in het begin enkel passief (je kijkt gewoon naar wat ik toon), maar later ook actief. Het martiale wordTaijiquan Classt zeer geleidelijk ingevoerd, maar hoe verder de training vordert, hoe meer je evolueert naar het zelfverdedigingsaspect. Na een tijd begin je met een partner martiale toepassingen te oefenen. We volgen een programma met graden dat je hier in de linkerbalk kan aanklikken en je dient telkens een test af te leggen om naar het volgende niveau te gaan.

Tegenwoordig wordt taijiquan bijna uitsluitend beoefend als relaxatie- en gezondheidsmethode, waarmee enkel het yin-aspect van taijiquan aan bod komt. Het yang-aspect (het martiale), wordt nauwelijks nog beoefend. Nochtans stimuleert het kennen van de gevechtstoepassingen de intentie waarmee we onze qi (innerlijke energie) sturen en alleen dan kan taijiquan het volle effect hebben dat we ervan verwachten voor onze gezondheid.

Taijiquan is eigenlijk kungfu. De 'quan' in taijiquan betekent, zoals hierboven reeds gezegd, immers 'vuist' of 'vechten'. Elders op deze site maak ik om het gemakkelijk te houden een onderscheid tussen 'kungfu' en 'taijiquan' omdat dit idee nu eenmaal zo gegroeid is bij het grote publiek, maar eigenlijk klopt dat niet: kungfu (of wushu) staat voor alle Chinese gevechtskunsten en daar hoort taijiquan even goed bij. Een van de manieren om de honderden Chinese kungfustijlen onder te verdelen is in zachte en harde, of interne en externe stijlen. Taiji is een zachte, interne kungfustijl.

Je kan taijiquan dus wel degelijk gebruiken als zelfverdediging, maar dan moet je het wel in al zijn aspecten beoefenen en veel geduld hebben: het is eeuwenoud, uiterst verfijnd en diepgaand, en juist daardoor een lange en moeilijke weg. De 'vorm', het meest populaire en vaak enige aspect van taijiquan dat nog beoefend wordt, is weliswaar belangrijk, maar vormt slechts een klein deel van de training. Taijiquan bestaat uit een evolutie in een aantal stappen:

  1. qigong (chi kung): intern energiewerk
  2. de "solovorm"
  3. martiale toepassingen van de solovorm
  4. pushing hands en de martiale toepassingen ervan
  5. de gevechtsvorm (een tweepersoonsvorm) en zijn martiale toepassingen
  6. vrij gevecht: gebaseerd op een combinatie van al het vorige en volledig vrij

Enkel punt 1 en 2 -- qigong en de vorm -- zijn solotraining. Al de rest is partnerwerk. Slechts een klein deel van taijiquan bestaat dus uit solowerk. Bovendien zie je taijiquan bijna altijd traag uitgevoerd worden. Nochtans moeten deze vier aspecten niet alleen traag, maar ook snel en met krachtmanifestatie (fa jin) geoefend worden. Die krachtmanifestatie heeft echter niets met spierkracht of spierspanning te maken.

Taijiquan is gebaseerd op de principes van cirkelvormigheid, ontspannenheid, zachtheid en meegaan met de kracht van de tegenstander om ze zo te absorberen en te neutraliseren en ze vervolgens tegen de aanvaller te gebruiken. De gevechtstechnieken in taijiquan worden ondersteund door het gebruik van interne energie, die we opwekken en vrijmaken door ontspanning, concentratie en een correcte ademhaling. Taijiquan werkt voornamelijk op heel korte afstand van de tegenstander, wat wilt zeggen dat men voortdurend contact met hem probeert te houden met de handen (= pushing hands). Zodra men na het onderscheppen van een aanval contact heeft gemaakt, blijft men aan de tegenstander 'kleven' om zijn zwaartepunt te controleren en probeert men hem uit evenwicht te brengen en een opening in de verdediging te vinden om aan te vallen. Als het geschikte moment wordt gevonden, kan men aanvallen met een slag, trap, qin na of shuai jiao.

  • qin na betekent de tegenstander onder controle houden door hem te immobiliseren met gewrichtsklemmen, maar ook aanvallen op drukpunten of het dichtduwen van slagaders of luchtpijp worden er soms bijgerekend.
  • gewrichtsklemmen betekent het te ver buigen of strekken van gewrichten met behulp van hefboomtechnieken, waardoor je zonder kracht iemand onder controle kunt houden en extreme pijn kunt veroorzaken zonder blessures. Het zijn technieken die vaak door de politie worden gebruikt bij arrestaties.
  • shuai jiao of takedowns betekent de tegenstander uit zijn evenwicht brengen en doen vallen door hem te vegen, te werpen, te doen struikelen, enz.

Voor een zo efficiënt mogelijke zelfverdediging is het logisch dat je alle mogelijkheden benut die je lichaam je biedt. Als de ene techniek niet werkt, moet je onmiddellijk kunnen overschakelen naar een andere techniek. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld vrij ongevoelig voor gewrichtsklemmen en dan moet je onmiddellijk kunnen trappen, slaan of je tegenstander kunnen werpen. Daarom zijn de vier bovengenoemde categorieën technieken terug te vinden in alle Chinese gevechtskunsten, ook in taijiquan. Ze overlappen elkaar gedeeltelijk, ondersteunen elkaar en worden meestal gecombineerd toegepast.