Taijiquan (Tai Chi Chuan)
Taijiquan is een oude, Chinese zelfverdedigingsmethode, gezondheidsdiscipline en bewegingskunst, gebaseerd op de principes van yin en yang en het taoïsme, die bij regelmatige, intensieve beoefening een positieve invloed op de gezondheid heeft en zorgt voor een diepe ontspanning. Het is echter geen passieve vorm van relaxatie: je leert op een losse, ontspannen, harmonieuze manier bewegen, maar het leerproces vergt heel wat inspanning en geduld en de training is bijwijlen behoorlijk zwaar voor de benen!
1. Het gezondheids- en relaxatie-aspect
Taijiquan bestaat uit een reeks trage, vloeiende, ontspannen bewegingen die we de vorm noemen. Die gaat men met de jaren steeds trager uitvoeren, waardoor ook de ademhaling vertraagt (de ademhalingen liggen namelijk vast per beweging). Hierdoor komt men in een toestand van diepe relaxatie en meditatie. Hoe meer men ontspant, hoe meer onze interne energie (qi of chi) vrij kan circuleren in het lichaam. Stagnatie en het blokkeren van energie worden veroorzaakt door spanningen in het lichaam. Kan men die spanningen opheffen, dan kan de energie weer vrij stromen, vermijdt men ziektes, kweekt men een sterke gezondheid aan en remt men het ouder worden af. Taiji verbetert ook aanzienlijk het evenwichtsgevoel, wat natuurlijk belangrijk is voor iedereen, maar in het bijzonder voor ouderen. Intensief taiji beoefenen kan ook helpen bij het vinden van niet alleen een beter fysiek, maar ook mentaal en emotioneel evenwicht en kan ons ook buiten de training rustiger maken en meer ontspannen. Dit is de yin-kant van de training. De yang-kant is het martiale aspect, waarover je hieronder meer vindt.
2. Het martiale aspect
Tegenwoordig wordt taijiquan bijna uitsluitend beoefend als relaxatie- en gezondheidsmethode, waarmee enkel het yin-aspect van taijiquan aan bod komt. Het yang-aspect (het martiale), wordt nauwelijks nog beoefend. Nochtans stimuleert het kennen van de gevechtstoepassingen de intentie waarmee we onze qi (innerlijke energie) sturen en alleen dan kan taijiquan het volle effect hebben dat we ervan verwachten voor onze gezondheid.
Taijiquan is eigenlijk kungfu. De 'quan' in taijiquan betekent immers 'vuist' of 'vechten'. Elders op deze site maak ik om het gemakkelijk te houden een onderscheid tussen 'kungfu' en 'taijiquan' omdat dit idee nu eenmaal zo gegroeid is bij het grote publiek, maar eigenlijk klopt dat niet: kungfu (of wushu) staat voor alle Chinese gevechtskunsten en daar hoort taijiquan even goed bij. Een van de manieren om de honderden Chinese kungfustijlen onder te verdelen is in zachte en harde, of interne en externe stijlen. Taiji is een zachte, interne kungfustijl.
Je kan taijiquan dus wel degelijk gebruiken als zelfverdediging, maar dan moet je het wel in al zijn aspecten beoefenen en veel geduld hebben: het is eeuwenoud, uiterst verfijnd en diepgaand, en juist daardoor een lange en moeilijke weg. De 'vorm', het meest populaire en vaak enige aspect van taijiquan dat nog beoefend wordt, is weliswaar belangrijk, maar vormt slechts een klein deel van de training. Taijiquan bestaat uit een evolutie in 4 stappen:
- de vorm, energiewerk (qigong of chi kung) en de studie van martiale toepassingen van de vorm
- pushing hands en het yin-yang symbool en martiale toepassingen ervan
- de gevechtsvorm en martiale toepassingen ervan
- vrij gevecht: gebaseerd op een combinatie van de vorige drie en volledig vrij
Enkel de vorm en qigong onder punt 1 zijn solotraining. De toepassingen van de vorm onder punt 1 en verder ook punten 2, 3 en 4 zijn allemaal partnerwerk. Slechts een klein deel van taijiquan bestaat dus uit solowerk. Bovendien zie je taijiquan bijna altijd traag uitgevoerd worden. Nochtans moeten deze vier aspecten niet alleen traag, maar ook snel en met krachtmanifestatie (fa jin) geoefend worden. Die krachtmanifestatie heeft echter niets met spierkracht of spierspanning te maken.
Qua principes leunt taijiquan dicht aan bij stijlen zoals het Japanse aikidō en hakkō-ryū jūjutsu: cirkelvormigheid, ontspannenheid, zachtheid en meegaan met de kracht van de tegenstander om ze zo te absorberen en te neutraliseren en ze vervolgens tegen de aanvaller te gebruiken. De gevechtstechnieken in taijiquan worden ondersteund door het gebruik van interne energie, die we opwekken en vrijmaken door ontspanning en concentratie. Taijiquan werkt voornamelijk op heel korte afstand van de tegenstander, wat wilt zeggen dat men voortdurend contact met hem probeert te houden met de handen (= pushing hands). Zodra men na het onderscheppen van een aanval contact heeft gemaakt, blijft men aan de tegenstander 'kleven' om zijn zwaartepunt te controleren en probeert men hem uit het evenwicht te brengen en een opening in de verdediging te vinden om aan te vallen. Als het geschikte moment wordt gevonden, kan men aanvallen met een slag, trap, qin na of shuai jiao.
- qin na betekent de tegenstander onder controle houden door hem te immobiliseren met gewrichtsklemmen, maar ook aanvallen op drukpunten of het dichtduwen van slagaders of luchtpijp worden er soms bijgerekend.
- gewrichtsklemmen betekent het te ver buigen of strekken van gewrichten met behulp van hefboomtechnieken, waardoor je zonder kracht iemand onder controle kunt houden en extreme pijn kunt veroorzaken zonder blessures. Het zijn technieken die vaak door de politie worden gebruikt bij arrestaties.
- shuai jiao of takedowns betekent de tegenstander uit zijn evenwicht brengen en doen vallen door hem te vegen, te werpen, te doen struikelen, enz.
Voor een zo efficiënt mogelijke zelfverdediging is het logisch dat je alle mogelijkheden benut die je lichaam je biedt. Als de ene techniek niet werkt, moet je onmiddellijk kunnen overschakelen naar een andere techniek. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld vrij ongevoelig voor gewrichtsklemmen en dan moet je onmiddellijk kunnen trappen, slaan of je tegenstander kunnen werpen. Daarom zijn de vier bovengenoemde categorieën technieken terug te vinden in alle Chinese gevechtskunsten, ook in taijiquan. Ze overlappen elkaar gedeeltelijk, ondersteunen elkaar en worden meestal gecombineerd toegepast.
