Kung fu

Shaolin Kung Fu

Bij YMAA worden er twee kung fu-stijlen beoefend: baihequan (een Zuid-Chinese stijl) en changquan (een Noord-Chinese stijl). Deze stijlen worden in onze lessen steeds samen beoefend.

BAIHEQUAN (ook bai he chuan, witte kraanvogel-vuist, Fujian White Crane, of Fukien White Crane genoemd) is een 'zacht-harde' stijl, wat wilt zeggen dat het een hard aspect heeft, maar ook een heel zacht aspect, waarvan de principes overeenkomen met het taijiquan. Afhankelijk van de situatie is het nodig hard of zacht te zijn. Baihequan vecht op middellange en vooral korte afstand (close combat) en gebruikt daarom veel handtechieken, qin na (gewrichtsklemmen) en takedowns of shuai jiao (de tegenstander doen vallen door hem te werpen of te vegen). Baihequan gebruikt bijna uitsluitend lage trappen (meestal niet hoger dan het kruis). Wing chun (of Yongchun quan), een stijl die heel populair is in Hong Kong, de Verenigde Staten en Duitsland, is ontstaan uit het zuidelijke baihequan. Het kan daarom interessant zijn voor wing chun-beoefenaars om door het studeren van baihequan terug naar hun roots te gaan. Baihequan heeft ook een heel sterke invloed gehad op de oorspronkelijke karate-stijlen uit Okinawa, zoals gōjū-ryū (letterlijk 'zacht-harde stijl') en Uechi-ryū (letterlijk Uechi-stijl, gesticht door Kanbun Uechi, die in Zuid-China kung fu ging studeren). Deze invloed is zelfs vandaag nog duidelijk merkbaar in sommige stijlen. Ook voor karateka's kan het daarom interessant zijn om terug te gaan naar de bron door baihequan te studeren. Zo werd Yang Jwing-Ming reeds uitgenodigd om workshops te geven voor de International Okinawa Goju Ryu Karate Federation in Nederland. Ook Pascal Plée (6e dan en de vroegere voorzitter van YMAA Frankrijk) verwerkte invloeden van baihequan in zijn karate. Hij is de zoon van Henry Plée, 10e dan karate en één van de pioniers van het karate in Frankrijk.

CHANGQUAN (chang chuan) betekent letterlijk 'lange vuist'. Een wat vreemde naam, maar 'vuist' staat in het Chinees voor 'vechten', dus eigenlijk betekent het 'lang vechten', m.a.w. 'vechten op lange afstand'. Het is een wat hardere stijl en gebruikt dus meer spierkracht. Het is een stijl die op middellange en vooral lange afstand van de tegenstander werkt en is daarom gespecialiseerd in trappen en minder in handenwerk. De changquan die we bij YMAA oefenen mag niet verward worden met de moderne variant van changquan, een soort acrobatische gymnastiek, gecreëerd vanaf 1956, vaak te zien op demonstraties en competities en onbruikbaar als zelfverdediging.

Beide stijlen, baihequan en changquan, vullen elkaar dus heel goed aan. Je leert een zachte en een harde stijl en je leert op drie afstanden werken: lange, middellange en korte afstand. Korte afstand betekent dat je je tegenstander kan raken met je handen. Middellange afstand betekent dat je hem niet kan raken met je handen, maar wel met je benen. Op lange afstand, tenslotte, kan je je tegenstander niet raken en moet je de afstand overbruggen door verplaatsingstechnieken (stappen, sprongen, springende trappen, enz.).

Programma

Bij YMAA wordt er met graden gewerkt. Voor alle duidelijkheid: de graden zijn eigen aan ons systeem en zijn dus niet erkend door kungfufederaties. Toen Yang Jwing-Ming trainde in Taiwan bestonden deze graden niet. Hij heeft ze ingevoerd om verscheidene redenen:

  • kwaliteit: YMAA is een grote vereniging met 50 scholen in 17 landen en er was een systeem nodig om te waken over de kwaliteit in zoveel scholen.
  • duidelijkheid: Het programma is heel uitgebreid en moest daarom grondig gesystematiseerd worden zodat iedere leerling duidelijk weet wat hij moet trainen.
  • motivering: Het onderverdelen in graden met telkens een pakketje van dingen die je moet kennen voor je examen laat beter toe je doel voor ogen te houden in plaats van verloren te lopen in de uitgebreidheid van het systeem.

De graden voor shaolin zijn witte en rode linten die op de rechterkant van de broek worden genaaid. Dit kan je bekijken als je in het linkermenu van deze pagina klikt op 'graden'.